Onderzoeksbulletin #3: Autonomie bij hersenletsel vraagt om relatie, afstemming en maatwerk

Er wordt veel onderzoek gedaan naar Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH). Vanuit het Kenniscentrum NAH+ onderzoeken we onder andere hoe we NAH+ meten en de kwaliteit van leven van mensen met NAH+ die in een zorginstelling wonen. In dit terugkerende nieuwsbericht brengen we interessante wetenschappelijke publicaties onder de aandacht, en leggen we ze uit.

Voor deze editie tipte onderzoeker en neuropsycholoog Marco Meijer een artikel dat volgens hem belangrijke inzichten geeft voor zijn onderzoek naar eigen regie en het afbouwen van onvrijwillige zorg. Het artikel laat zien hoe complex autonomie in de praktijk kan zijn, vooral bij mensen met hersenletsel. Marco is binnen het Kenniscentrum NAH+ bezig met een promotieonderzoek naar de afbouw van onvrijwillige zorg bij mensen met NAH+.

Burgerschap en autonomie bij NAH

In dit in 2011 gepubliceerde artikel schrijven drie Nederlandse onderzoekers van de VU over de ethische theorieën achter autonomie bij NAH. Het verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Nursing Ethics. In het artikel gaat het over de balans tussen zelf beslissen en ondersteuning in het bewaken van autonomie bij hersenletsel. 

Waarom dit onderzoek?

Autonomie is een belangrijk principe binnen de zorg. Tegelijkertijd is voor mensen met hersenletsel autonomie niet altijd eenvoudig: door cognitieve beperkingen, vermoeidheid, gedragsveranderingen en afhankelijkheid van ondersteuning ontstaat een kwetsbare situatie.

Het artikel laat zien dat in de praktijk twee definities van autonomie door elkaar lopen:

  • Autonomie als zelf beslissen: de vrijheid om keuzes te maken zonder inmenging.
  • Autonomie als zelfontwikkeling: leven volgens eigen waarden, identiteit en mogelijkheden, vaak mét ondersteuning.

De combinatie van deze twee betekenissen leidt in de zorg voor mensen met NAH regelmatig tot spanningen, omdat zowel professionals als cliënten vanuit verschillende verwachtingen handelen.

Hoe is het onderzocht?

De onderzoekers gebruikten een kwalitatieve case study. Ze volgden één zorgprofessional en éé cliënt met ernstig hersenletsel, aangevuld met interviews en focusgroepen waarin cliënten, familieleden en zorgprofessionals spraken over hun ervaringen.

De methode richtte zich op het blootleggen van onderliggende waarden, emoties en wederzijdse verwachtingen in het dagelijks contact.

Wat kwam eruit?

  • Te veel vrijheid werkt niet – maar te veel structuur ook niet

De instelling in het onderzoek werkte volgens het citizenship paradigm, waarbij cliënten zoveel mogelijk zelf keuzes maken. Dit bood ruimte, maar zorgde ook voor onzekerheid bij professionals. Vervolgens werd meer structuur ingebouwd, met striktere afspraken en een nadruk op zelfstandigheid. Deze nieuwe aanpak leidde juist weer tot gevoelens van beperking en frustratie bij cliënten.

  • Autonomie werd te vaak gelijkgesteld aan zelfredzaamheid 

Professionals richtten zich sterk op vaardigheden en ‘zelf doen’, terwijl cliënten vooral behoefte hadden aan invloed op wat voor hen waardevol is in het dagelijks leven – zoals sociale contacten, rustmomenten of betekenisvolle activiteiten.

  • Relaties en communicatie zijn cruciaal 

Zowel cliënten als professionals bleken veel last te hebben van onuitgesproken verwachtingen. Autonomie werd soms te rigide benaderd via regels en afspraken, waardoor flexibiliteit en maatwerk verloren gingen. Het artikel laat zien dat autonomie pas echt vorm krijgt in een voortdurende dialoog tussen cliënt en begeleider.

Wat betekent dit voor de praktijk?

  • Autonomie is relationeel en contextafhankelijk:Voor mensen met NAH+ betekent autonomie niet alleen keuzes maken, maar ook ondersteuning krijgen om keuzes te kunnen realiseren op een manier die past bij hun energie, belastbaarheid en sociale situatie.
  • Zelf doen en eigen regie zijn niet hetzelfde:Het onderzoek benadrukt dat zelfstandigheid geen doel op zich is. Echte eigen regie gaat over ruimte krijgen voor wat betekenisvol is, soms door zelf te doen, soms door hulp te vragen.
  • Afspraken moeten flexibel zijn:Strakke schema’s of afspraken kunnen duidelijkheid geven, maar mogen geen hindernis worden. Autonomie vraagt om maatwerk en de mogelijkheid om plannen aan te passen aan de situatie van de dag.
  • Dialoog is fundament van goede zorg:Het artikel pleit voor voortdurende afstemming tussen cliënt en professional, waarin wensen, zorgen, grenzen en verwachtingen open besproken kunnen worden.

De auteurs concluderen dat autonomie bij mensen met hersenletsel niet eenduidig is, maar ontstaat uit een spanningsveld tussen zelf beslissen en ondersteuning nodig hebben voor een betekenisvol leven. In de praktijk leidt een te smalle focus op zelfstandigheid tot nieuwe beperkingen, waardoor voortdurende dialoog en relationele afstemming essentieel zijn voor echte autonomie.

Deel dit :