NAH+

Mensen met NAH+ vormen een doelgroep die het ministerie van VWS heeft aangemerkt als één van de acht lvhc-doelgroepen. Lvhc staat voor laag volume hoog complex. Dit houdt in dat deze mensen een aandoening of ziekte hebben die maar heel weinig voorkomt (laag volume) en gespecialiseerde zorg nodig hebben waarvoor hele specifieke kennis vereist is (hoog complex).

In Nederland zijn er naar verwachting 350 tot 500 mensen met een NAH+. In het zorglandschap zijn 276 WLz-plaatsen ingetekend binnen de RECs en DECs.

Doelgroep

Mensen met NAH+ hebben naast niet-aangeboren hersenletsel ernstige problemen. Het gaat om een complexe combinatie van beperkingen, gedragsproblemen, aandoeningen en stoornissen die zowel psychisch, sociaal als somatisch kunnen zijn. Ze hebben intensieve begeleiding en behandeling nodig en verblijven daarvoor bijna altijd in een zorginstelling.

Het doelgroepexpertisenetwerk NAH+ noemt NAH+ in haar eerste adviesrapport een complex neuro-psychiatrisch beeld, met risicovol gedrag en (soms) ernstige gedragsproblematiek.

Het belangrijkste uitgangspunt voor de zorg voor mensen met NAH+ is persoonsgerichtheid. Zorg gericht op de interactie tussen de persoon met NAH+ en de omgeving. Het gaat om een voortdurende afstemming op wat de individuele cliënt NAH+ nodig heeft om optimaal te functioneren en kwaliteit van leven te ervaren. De vraag is steeds: ‘Welk stukje van de puzzel moet je extra aandacht geven?’

De omgeving bestaat uit de sociale context, de fysische omgeving en de organisatiecontext.

Wat is NAH+?

We maken onderscheid in NAH, NAH+ en NAH++

Definitie: NAH

Hersenletsel ten gevolge van welke oorzaak dan ook, anders dan rond of vanwege de geboorte ontstaan. (definitie zoals geformuleerd door de Hersenstichting)

Dit is de definitie zoals geformuleerd door de Hersenstichting, voor meer informatie over NAH kan je ook een kijkje nemen op de site van de hersenstichting:

Definitie: NAH+

Er is sprake van een client met hersenletsel en ernstige bijkomende problematiek (NAH+) als de volgende punten gelden:

  • Complexe combinatie van stoornissen en beperkingen
  • Die somatisch, psychisch en/of sociaal kunnen zijn
  • Deze beperkingen en stoornissen hangen (in)direct samen met het hersenletsel
  • En leiden tot een draaglast die de draagkracht van cliënt, diens naasten en/of
  • betrokken hulpverleners ernstig overschrijdt
  • Waardoor reguliere zorg niet voldoende is en een hooggespecialiseerd zorg- en behandelniveau nodig is.

Bron: Adviesrapport NAH+ 24 augustus 2020

Definitie: NAH+ met een hoog beveiligingsniveau

Tot voor kort werden deze cliënten aangeduid met NAH++. Daarmee lijkt het alsof het hier om andere cliënten gaat dan NAH+. Dit is niet het geval. Het betreft hier een verbijzondering binnen onze NAH+ definitie.

Er komt in Nederland één woonvoorziening, een beoogd REC. Zij is er specifiek voor personen waarbij er sprake is van dermate hoogfrequent en/of ernstig ontregeld en/of onhanteerbaar gedrag dat zij aangewezen zijn op een hoog beveiligingsniveau. Deze cliënten wonen nu veelal in een REC of DEC of buiten het zorglandschap. Een gedeelte hiervan zal in de toekomst in deze nieuwe, speciale voorziening wonen.

Indicatiestelling

Het expertteam is een onafhankelijke schakel in de beoordeling of er sprake is van NAH+ bij een client.

Met de vaststelling dat er sprake is van NAH+ krijgt de client toegang tot een REC of DEC binnen het zorglandschap.

Het expertteam bestaat o.a. uit GZ-psychologen, klinisch neuropsychologen, psychiaters en specialisten ouderengeneeskunde die werkzaam zijn bij  zorg-en behandelinstellingen in het NAH+ zorglandschap.

Het expertteam heeft de volgende taken:

  • Het door-ontwikkelen van diagnostiek en toetsingsmethodiek in nauwe samenwerking met het Kenniscentrum.
  • Het onafhankelijk toetsen van de diagnose op clientniveau.

Het NAH+ landschap én de expertteams zijn onderverdeeld in de regio’s Zuid-Oost, Noord-Oost en West.

Instrumenten

Doordat NAH+ een nieuw concept is zijn er op dit moment geen gevalideerde en betrouwbare meetinstrumenten beschikbaar die differentiëren tussen NAH zonder ernstige bijkomende problematiek, NAH+ en NAH++. Er zijn wel veelbelovende instrumenten die de ernst meten van neuropsychiatrische gevolgen van NAH. Dat zijn:

Meetinstrumenten voor het meten van neuropsychiatrische gevolgen in zijn algemeenheid: Neuropsychiatric Inventory (NPI) (Nederlandse versie beschikbaar), Overt Behavioral Scale (OBS), Neurobehavioral Functioning Inventory (NFI), Neurobehavioral Rating Scale (NRS).

Meetinstrumenten die ingezet worden voor het meten van agressie: Agitated Behavior Scale (ABS), Overt Aggression Scale (OAS) (Nederlandse versie beschikbaar).

Meetinstrumenten die ingezet worden voor het meten van apathie: Apathy

Evaluation Scale (AES) (Nederlandse versie beschikbaar).

Aanvullend adviseert het kenniscentrum:

Meetinstrument voor het meten van psychopathologie: Brief symptom Inventory (BSI)

Bij iedere mogelijke NAH+ cliënt zowel de BSI als de NPI af te nemen