Instrumenten

Doordat NAH+ een nieuw concept is zijn er op dit moment geen gevalideerde en betrouwbare meetinstrumenten beschikbaar die differentiëren tussen NAH zonder ernstige bijkomende problematiek, NAH+ en NAH++. Er zijn wel veelbelovende instrumenten die de ernst meten van neuropsychiatrische gevolgen van NAH. Dat zijn:

Meetinstrumenten voor het meten van neuropsychiatrische gevolgen in zijn algemeenheid: Neuropsychiatric Inventory (NPI) (Nederlandse versie beschikbaar), Overt Behavioral Scale (OBS), Neurobehavioral Functioning Inventory (NFI), Neurobehavioral Rating Scale (NRS). Meetinstrumenten die ingezet worden voor het meten van agressie: Agitated Behavior Scale (ABS), Overt Aggression Scale (OAS) (Nederlandse versie beschikbaar). Meetinstrumenten die ingezet worden voor het meten van apathie: ApathyEvaluation Scale (AES) (Nederlandse versie beschikbaar). Aanvullend adviseert het kenniscentrum: Meetinstrument voor het meten van psychopathologie: Brief symptom Inventory (BSI). Bij iedere mogelijke NAH+ cliënt zowel de BSI als de NPI af te nemen.

Indicatiestelling

Om de indicatie NAH+ te stellen kunnen medewerkers van een kandidaat REC of DEC een cliënt aanmelden bij het expertteam. Dit onafhankelijke team van psychologen, psychiaters en specialisten ouderengeneeskunde beoordeelt of er daadwerkelijk sprake is van NAH+ bij een cliënt. Alleen met de vaststelling van het expertteam krijgt een cliënt toegang tot een REC of DEC binnen het zorglandschap. De toetsing door het expertteam is ook nodig voor een vergoeding van de specialistische zorg die nodig is. 

Handreiking Goede zorg NAH+

De zorg die de expertisecentra in het netwerk bieden staat beschreven in de Handreiking Goede Zorg bij NAH+.

Deze richtlijn is opgesteld in het kader van de transitie naar Expertisecentra NAH+. Het is de eerste versie, die nog verder ontwikkeld wordt in 2024.  De richtlijn geeft een beeld van de vereiste kwaliteit van zorg in regionale en bovenregionale expertisecentra NAH+.